De olijf

De olijf is de vrucht van de olijfboom. De olijf zelf wordt gegeten en uit de pit en het vruchtvlees wordt olijfolie gewonnen. De olijf is traditioneel en ook vandaag de dag nog een van de belangrijkste landbouwproducten van onder andere de landen rond de Middellandse Zee.

 

Olijven kunnen in allerlei gerechten verwerkt worden. In Griekenland worden ze veelal met wat feta gegeten. Verder eet men ze als onderdeel van salades, op pizza’s en andere maaltijden. Veel olijven worden niet ingemaakt, maar door middel van persing tot olijfolie verwerkt, een vloeistof die zeer veel toepassingen heeft zoals voor het bereiden van voedsel, als brandstof voor verwarming en verlichting, als geneesmiddel of als basis voor cosmetica (bijvoorbeeld zeep).

Er vallen meer soorten olijven te onderscheiden. In het Grieks wordt onderscheid gemaakt tussen onder meer zes verschillende soorten: elitses (klein van formaat, met weinig vruchtvlees), kalamata (grote zwarte olijf), thasos, Ionische groene en throumpes (gerimpelde olijven). Het onderscheid tussen de groene en de donkere (zwarte) olijven is het bekendst. Onrijpe olijven zijn groen, rijpe zijn zwart, diepbruin of paars. Vers geplukte olijven zijn niet direct voor consumptie geschikt. Pas nadat ze 6 maanden in een zoutbad zijn ingelegd, is de bittere smaak verdwenen en zijn ze geschikt voor consumptie.

bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Olijf